Leven met Angst, Paniekaanvallen en Fobieën

Angststoornissen



UITGANGSPUNT


Een angststoornis is een psychische aandoening die zich kenmerkt door de aanwezigheid van een pathologische angst.

Angst is een gevoel dat optreedt bij dreigend gevaar. De emotie ontstaat als het welzijn van een persoon direct wordt bedreigd, maar ook als een persoon een situatie als bedreigend ervaart. Angsten kunnen kortdurend zijn, maar ook langdurend, soms zelfs levenslang.

Als een angst geen reële grond heeft en de betrokken persoon er sociale problemen door ondervindt, is er sprake van een stoornis.

Sommige van de aandoeningen worden fobie genoemd.


Angststoornissen zijn in de psychiatrie de meest voorkomende aandoeningen.

Over het algemeen komen angststoornissen vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.



De groep angststoornissen is als volgt ingedeeld:

  • Acute stressstoornis
  • Agorafobie (zonder historie van de paniekstoornis)
  • Angststoornis door een somatische (lichamelijk) aandoening
  • Gegeneraliseerde-compulsieve stoornis
  • Paniekstoornis
  • Posttraumatische stressstoornis (PTSS)
  • Specifieke fobie
  • Sociale Fobie
  • Angststoornis door alcohol of drugs
  • Emetofobie (overgeven)
  • Overige angststoornissen


Typerend beeld van de kwaal (kenmerken en symptomen)


Angst kent verschillende verschijningsvormen, variërend van een licht gevoel van onbehagen tot een zeer heftig paniekgevoel, dat onverwachts op kan komen. Het vervelende van angst is dat je het niet altijd direct als angst herkent. Er gebeurt iets heel onheilspellend met je, het voelt zeer onaangenaam, maar je beseft eigenlijk niet wat er aan de hand is.

Hevige angst gaat vaak gepaard met lichamelijke verschijnselen als een verhoogde hartslag en bloeddruk, hartkloppingen, duizeligheid, droge mond, pijn in de borst, misselijkheid, kortademigheid en hoofdpijn. Ook kan er sprake zijn van een bleke gelaatskleur, zweten, een verhoogde productie van adrenaline in het bloed, en stoornissen in de spijsvertering.


Psychologisch gezien gaat angst gepaard met een vaag gevoel van dreiging of gevaar. Soms kan een angst een symptoom zijn van stress. De lichamelijke symptomen van angst worden wel gezien als een manier waarop het lichaam zich voorbereid op dreiging van buitenaf. Angst kan ook gepaard gaan met depressiviteit. Angst kan ook blijken uit gelaatsexpressies.

Angst en vrees: soms wordt er een onderscheid gemaakt tussen angst en vrees, waarbij het dan bij angst zou gaan om meer onbestemde gevoelens van onbehagen en bij vrees voor meer een concreet gevaar.




Oorzaken die de angst instandhouden


Denk hierbij aan o.a.:


- Aanhoudende lichamelijke spanning en 'verkeerd ademhalen': Bij langdurige spanningen of stress staat ons lichaam te lang 'op scherp'. Het kan dan plotseling reageren alsof er sprake is van een groot gevaar. Met andere woorden, het 'alarm' gaat te snel af, vaak zonder dat er sprake is van echt gevaar, ga je zoeken naar redenen die deze reactie kunnen verklaren. Je 'ziet' dan allerlei gevaren en rampen die er in werkelijkheid niet zijn. Zo worden je gedachten gestuurd en bepaald door de spanning die je in je lichaam voelt. Hierdoor kun je zelfs in paniek raken. Een ander gevolg van langdurige spanning en stress kan zijn, dat je spieren gaan verkrampen en dat je pijnklachten krijgt, zoals spanningshoofdpijn of rugpijn. 


- Ook de manier waarop je ademhaalt geeft het stressniveau van je lichaam aan. Wanneer je gespannen of angstig bent, is je ademhaling snel en oppervlakkig. Men zegt ook wel dat de ademhaling 'hoog' zit; dat wil zeggen dat je met de borst ademhaalt. In ontspannen toestand is je ademhaling diep, rustig en regelmatig, dan zit hij 'laag'; dat wil zeggen dat je met je buik ademhaalt. De snelle borstademhaling kan ervoor zorgen dat je 'overademt', waardoor er allerlei lichamelijke verschijnselen worden opgeroepen, zoals een snelle hartslag, duizeligheid en tintelingen in de handen, voeten en rond de mond, een onwerkelijk gevoel en het gevoel 'los' te staan van je lichaam. Zoals je ziet, lijken de lichamelijke verschijnselen bij het overademen sterk op de verschijnselen van een paniekaanval.


- Rampgedachten over lichamelijke spanningsverschijnselen: Het enige onderscheid tussen mensen die steeds weer in paniek raken en mensen die dat niet doen, is de 'rampgedachte'. Iedereen heeft wel eens ongewone en vervelende lichamelijke reacties zoals hartkloppingen of duizeligheid. Mensen die kwetsbaar zijn voor angst en paniek, hebben de neiging dit soort lichamelijke verschijnselen te zien als het voorteken van een naderende ramp. Ze zijn zo bang geworden voor de lichamelijke verschijnselen, dat ze constant hun lichaam controleren. Ze blijven gefocust op hun lichaam. Hun 'alarm' staat veel te scherp afgesteld. Bij iedere kleine verandering schiet de angst omhoog. Er is vaak een kleine aanleiding nodig voor het ontstaan van een lichamelijke stressreactie. En dan zit je al snel in de paniekcirkel. 


Andere aanleidingen voor de toename van stress-symptomen zijn: 

  • angst voor paniek

  • piekeren

  • hormonale veranderingen (menstruatie)

  • verhalen over hartinfarcten of schizofrenie

  • tv-programma's en familie

  • ruzie, boosheid en ergernis

  • schrikken

  • vrijen of denken aan seks

  • lichamelijke inspanning of rust na inspanning

  • chronisch overademen

  • dromen

  • voeding en roken

  • drukte in je werk of thuis met je kinderen

  • faalangst (behandelen wij onder rubriek negatief zelfbeeld en assertiviteit)


- Aanhoudende psychologische spanning: De angst kan ook instandgehouden worden of verergeren door psychologische spanning, conflicten of problemen op andere gebieden bijvoorbeeld relatie- of werkproblemen. Sommige mensen hebben er moeite mee emoties zoals boosheid, verdriet, frustratie, te voelen en te uiten. Het lijkt wel alsof al hun emoties direct 'omgezet' worden in angst of totaal overschaduwd worden door angst. Als zij naast het aanleren van anti-angsttechnieken ook leren over andere emoties en problemen te praten, dan heeft dat vaak een gunstig effect op de angstklachten. Ten slotte kan het ook nuttig zijn te leren beter voor jezelf op komen en voor jezelf te zorgen, een gezondere leefstijl aan te leren en naar oplossingen te zoeken voor eventuele andere problemen in je leven.



Angst voor angst


Als je bang bent voor je eigen angstgevoelen (angst voor de angst) dan zul je op allerlei manieren proberen de angst een stapje voor te blijven. De angst voor bepaalde situaties, handelingen of bijvoorbeeld reizen, kan van te voren zo hoog oplopen dat je ze gaat vermijden. Of als je al in een situatie bent waar de angst op kan komen, zul je er zo snel mogelijk uit weg willen vluchten om een paniekaanval te voorkomen. En ten slotte komt het ook vaak voor dat mensen wel de gevreesde situatie in durven gaan, maar dan alleen met 'behulp' van allerlei veiligheidsgedrag, bijvoorbeeld dicht bij de uitgang blijven, een kalmeringsmiddel nemen, of onder begeleiding van een ander.


Het vermijdings-, vlucht- of veiligheidsgedrag lijkt op de korte termijn een oplossing te bieden voor de onaangename angstgevoelens. Je voelt je even opgelucht en gerustgesteld: "gelukkig, de angst beleef weg". Deze opluchting is een sterke 'beloning' en 'bekrachtiger' van het vermijdingsgedrag en daarom zal iemand het vermijdingsgedrag niet snel opgeven. Maar op de lange termijn werken dit soort gedragingen averechts omdat ze de angstgedachten versterken en omdat ze je bewegingsvrijheid ernstig kunnen inperken. Elke vorm van vermijdingsgedrag bevestigt ongemerkt de angstgedachten, bijvoorbeeld:  "het is maar goed dat ik niet alleen thuis ben gebleven want anders was er echt een ramp gebeurd". Zolang je dat blijft denken en zolang je blijft vermijden, kun je nooit ervaren dat je angst-gedachten in de werkelijke situaties nooit zullen uitkomen. Ook al voel je angst, datgene waar je diep van binnen bang voor bent, kan in werkelijkheid niet gebeuren.


Angst- en paniekaanvallen verstoppen zich niet in bussen, treinen, auto's op op allerlei andere plekken die angstige mensen vermijden. Zoals we hiervoor al aangaven, zijn ze het gevolg van een schrikreactie op de angstverschijnselen die iemand voelt.



* Heeft u vragen over 'Angst(stoornissen'? Neem vrijblijvend contact op met onze praktijk.




Fobieën



UITGANGSPUNT


Een fobie is een buitensporige angst voor één of meer situaties waar de meeste andere mensen niet bang voor zijn. De angst is zo hevig dat men confrontatie uit de weg gaat.



Er zijn drie klassen fobieën:

  • Agorafobie (pleinvrees, straatvrees of ruimtevrees): Iemand die een agorafobie heeft, is niet alleen bang om de straat op te gaan, maar ook bang om ver van huis te zijn en bang om op drukke plaatsen te zijn waaruit moeilijk te ontsnappen is, zoals winkels, markt, wachtkamers, bioscoop, liften, tram, trein, bus en metro. Iemand die agorafobie heeft is bang dat hij in die situaties onwel zal worden of zal flauwvallen. Of hij is bang zich raar te zullen gedragen, of de de controle over zichzelf te verliezen, of onhandelbaar te worden, of in paniek te raken. En daarom vindt hij het beangstigend als er niemand in de buurt is die kan helpen. Soms is alleen thuis zijn al beangstigend. Er wordt bij agorafobie vaak gesproken over 'angst voor de angst'. Iemand gaat situaties uit de weg waarin hij bij eerdere gelegenheden angstig is geworden.
  • Sociale fobie (angst en onzekerheid/verlegenheid voor alledaagse sociale interacties en gebeurtenissen): Iemand die een sociale fobie heeft, is bang in het contact met andere mensen. Het is veel meer dan verlegenheid: hij is bang om zich onhandig of beschamend te gedragen; hij verwacht dat anderen hem negatief zullen beoordelen of zullen afwijzen. Die angst leidt ertoe dat hij situaties met andere mensen mijdt. Sommige mensen gaan zelfs niet meer naar bijeenkomsten zoals vergaderingen, verjaardagen, recepties en feestjes. anderen gaan nog wel, maar zorgen ervoor dat zij niet opvallen, bijvoorbeeld door weinig te zeggen of aan de kant te blijven zitten. Weer anderen drinken zich eerst moed in. Sommige gevallen gaat de angst gepaard met blozen, trillen en zweten. Sommige mensen met een sociale fobie hebben een tekort aan sociale vaardigheden. Ze maken bijvoorbeeld geen oogcontact en spreken met een zachte stem. Ze weten niet hoe ze een praatje moeten knopen of hoe ze een gesprek op gang moeten houden. Andere mensen bezitten die vaardigheden wel, maar bij hen vormt hun angst een belemmering om prettige contacten met anderen aan te gaan.
  • Specifieke en/of enkelvoudige fobie zoals: (dierenfobie): Iemand met een specifieke fobie is extreem bang voor één specifieke situatie of object, waarvoor andere mensen niet bang zijn. De meest voorkomende specifieke fobieën hebben betrekking op: 

- Dieren: (spinnen, honden, slangen, mieren); 

- Natuurlijke gebeurtenissen: (onweer, storm, hoogte, water, natuurverschijnselen)

- Medische zaken: (naaldangst, verwondingsangst, bloedangst, medische ingrepen)

- Eén specifieke situatie: (vliegen of autorijden)

- Anders: er zijn nog veel meer dingen waarover mensen een extreme angst kunnen hebben, zoals overgeven, besmetting, inbrekers, maar ook kerkhoven, kinderen, klokken, enzovoort.


Fobieën kunnen zich ontwikkelen door associatie met een (traumatische ervaring). Als iemand bijvoorbeeld een auto-ongeluk meemaakt, kan een fobie voor autorijden ontstaan.


Net als bij andere fobieën is bij de specifieke fobie sprake van vermijdingsgedrag. Angst voor een specifieke situatie of object hoeft trouwens niet per se tot problemen te leiden. Zolang een situatie of object gemakkelijk te vermijden is, zullen er verder geen beperkingen zijn in het dagelijks functioneren. Maar juist omdat een specifieke fobie gemakkelijker te vermijden is, komen sommige mensen er nooit van af. Iemand met vliegangst bijvoorbeeld zal er weinig last van hebben als hij nooit voor zijn werk hoeft te vliegen. Het wordt pas een probleem als iemand met vliegangst wel regelmatig naar het buitenland moet. Als zo iemand het vliegen gaat vermijden, is normaal functioneren in het werk niet meer mogelijk, met alle nadelige gevolgen van dien. Een specifieke fobie kan iemands leven behoorlijk ontwrichten.



Oorzaak


Hoe een fobie ontstaat is grotendeels onbekend. In principe kan iedereen een fobie ontwikkelen. Specifieke fobieën zoals de angst voor spinnen ontstaan vaak in de kinderjaren en kunnen spontaan over gaan. Andere fobieën (waaronder sociale fobieën) ontstaan vaak tijdens de adolescentie en jong volwassenheid. Sommige mensen zijn gevoeliger voor het ontwikkelen van een fobie. Dit heeft voor een deel een genetische basis. Verder zijn mensen met een fobie gevoeliger voor het krijgen van andere fobieën.



Hoe overwin ik mijn fobie?


De effectiefste manier om uw fobie te overwinnen, is de confrontatie aan te gaan met uw angst. Dat betekent dat u zich weer moet begeven in situaties die u vanwege uw angst uit de weg bent gegaan. Dat gaat tegen uw gevoel in, want u wilt die situaties het liefst uit de weg gaan. Maar toch is dit een hele goede aanpak, waarmee uw angst langzamerhand zal afnemen.



* Heeft u vragen over 'Fobieën'? Neem vrijblijvend contact op met onze praktijk.


Paniekaanvallen



UITGANGSPUNT


Een paniekaanval is een uiting van intense angst die meestal plotseling begint en niet erg lang duurt (doorgaans enkele minuten tot een half uur).

De symptomen zijn onder andere beven, sterk zweten, pijn in de borst, hartkloppingen duizeligheid, misselijkheid, een tintelend gevoel (meestal handen, voeten of gezicht) benauwdheid en hyperventilatie. Verder treden mogelijke sterke vecht- of vluchtreacties en depersonalisatie op. Een paniekaanval gaat vaak gepaard met de angst om flauw te vallen of dood te gaan.


De diagnose paniekstoornis wordt alleen gesteld als iemand last heeft van terugkerende paniekaanvallen, die ontstaan zijn zonder duidelijke aanleiding. Daarbij is de patiënt na ten minste één aanval gedurende minimaal een maand ongerust geweest over een nieuwe aanval, de gevolgen hiervan, of is de patiënt door de aanvallen vermijdingsgedrag gaan vertonen. Paniekaanvallen kunnen leiden tot een paniekstoornis. Als iemand daarnaast, uit angst voor een nieuwe paniekaanval, allerlei situaties gaat vermijden, dan ontstaat er meestal ook een agorafobie (plein of straatvrees).



Kenmerken


Je kunt je waarschijnlijk wel voorstellen dat een onverwachte noodsituatie bij iemand een paniekreactie kan oproepen. Het is een aangeboren instinctmatige reactie die mensen hebben op (levens)bedreigende gebeurtenissen


Denk hierbij aan o.a.:

  • Gevaarlijke situaties (ongelukken, rampen, roofdieren et cetera)
  • In sociale situaties waarbij veel stress optreedt
  • Lichamelijke oorzaak
  • Psychische aandoening

Maar ze kunnen ook optreden in sociale situaties waarbij veel stress optreedt. Ook kan de oorzaak lichamelijk zijn. Verder kan er sprake zijn van een psychische aandoening. Zo kunnen paniekverschijnselen optreden bij angststoornissen als fobieën of OCS. Het zorgt ervoor dat we snel kunnen reageren op gevaar. Zo'n paniekreactie staat bekend als de 'vecht- of vluchtreactie' en stelt iemand in staat direct het gevaar aan te pakken of er, indien nodig, voor weg te vluchten.


Maar als je zomaar, zonder een echte aanleiding, in paniek raakt kan 'alarmsysteem' in je lichaam te scherp staan afgesteld. De vecht- of vluchtreactie treedt te vroeg en te hevig op en daardoor lijkt het alsof er iets vreselijks gebeurt, zonder dat er sprake is van een gevaarlijke situatie. Steeds terugkerende paniekgevoelens kunnen een voorbode zijn van een (beginnende) paniekstoornis. Er is pas echt sprake van een paniek stoornis als je angsten zo extreem zijn dat het normale leven eronder lijdt.


Niet alleen de intensiteit maar ook de duur van de angst, bepaalt het verschil tussen een 'normale'angst en een paniekstoornis. Bij normale angst verdwijnt de angst vanzelf zodra de angstopwekkende situatie voorbij is. Bij een paniekstoornis kan de angst voor een nieuwe paniekaanval ('de angst voor de angst') weken, maanden of jaren aanhouden. Een paniekaanval duurt meestal maar een paar minuten, maar kan regelmatig terugkomen. Meestal blijft iemand na een paniekaanval nog een paar uur angstig of onrustig.


Een paniekaanval bestaat uit twee reacties:

  • Een lichamelijke reactie: lichamelijk kan angst tot uiting komen in een aantal zeer onaangename, maar ongevaarlijke lichamelijke verschijnselen zoals hartkloppingen, transpireren, trillen of beven, benauwdheid, tintelingen, opvliegers of koude rillingen, duizeligheid, misselijkheid en pijn op de borst.
  • De geestelijke reactie: de geestelijke verschijnselen van een paniekaanval zijn ook zeer onaangenaam: groot onheil verwachten, een gevoel van onwerkelijkheid of los te staan van jezelf, het idee flauw te vallen, de controle te verliezen of gek te worden of de angst om dood te gaan.

Kenmerkend voor een paniekstoornis is dat iemand bang wordt voor zijn eigen lichamelijke angstverschijnselen, denkt dat het iets ernstig is en van die gedachte weer in paniek raakt.


Een paniekstoornis kan op zichzelf staan, dat betekent dat er naast de angst voor de paniek geen sprake is van andere angsten of fobieën. Maar de paniekstoornis kan ook voorkomen in combinatie met andere angststoornissen. Vaak treedt een paniekstoornis op in combinatie met agorafobie (plein of straatvrees). Iemand met agorafobie wordt bijvoorbeeld angstig op drukke plaatsen, in afgesloten kleine ruimten of in het openbaar vervoer. Hij wil alle plaatsen vermijden waar een nieuwe paniekaanval zou kunnen optreden. Mensen kunnen door hun agorafobie compleet afhankelijk worden van hun partner of familie, omdat ze niet meer alleen de straat op durven of alleen durven te zijn.



Mogelijke moorzaken voor de paniekstoornis met of zonder agorafobie


Denk hierbij aan o.a.:

  • Langetermijnoorzaken:

- Erfelijkheid: Er zijn duidelijke aanwijzingen dat erfelijkheid op zijn minst een rol speelt bij het ontstaan van de paniekstoornis en agorafobie. Als een van je ouders soortgelijke klachten heeft dan is de kans drie- tot vijf maal zo groot dat je er zelf ook last van krijgt. Overigens erf je niet rechtstreeks een bepaalde angststoornis, maar kun je erfelijk gevoeliger  zijn dan anderen voor het krijgen van een angststoornis. Je kunt van nature 'angstiger' en 'meer 'overgevoelig' zijn en daardoor, afhankelijk van andere (omgevings) factoren, een bepaalde angststoornis ontwikkelen.


- Jeugdervaringen: De relatie tussen gebeurtenissen in de kindertijd en het ontstaan van angststoornissen is nog onvoldoende opgehelderd. De opvoedingsstijl van ouders, zoals die door angstpatiënten is ervaren, lijkt van belang. Patiënten met paniekstoornis beoordelen, terugkijkend, de opvoedingsstijl van hun ouders als meer kritisch, perfectionistisch, controlerend en minder op het gevoel gericht. Daarnaast kunnen ouders die zelf zeer angstig zijn, deze overbezorgde houding op hun kinderen overbrengen. Opgroeien in een (emotioneel) onveilige omgeving kan iemand later ook angstig en afhankelijk maken, altijd op zoek naar veiligheid en steun. Vooral als je geleerd hebt dat gevoelens taboe zijn en je niet voor jezelf op mag komen.


- Langdurige stress: Bij veel mensen treedt de eerste paniekaanval meestal op na stressvolle of belangrijke gebeurtenissen in hun leven. Er hoeft niet een direct verband tussen de stress en de paniek te zijn. De stressvolle gebeurtenis kan al een tijd achter de rug zijn. Als de stress en de paniek niet direct samenvallen, kan het voor iemand onduidelijk zijn dat ze iets met elkaar te maken hebben. Voor je gevoel kun je iets allang 'verwerkt' hebben terwijl er toch nog een paniek aanval volgt. Stress kan ook ontstaan als allerlei alledaagse, vervelende situaties of conflicten leiden tot oplopende spanning. Of als je met die spanning onvoldoende rekening houdt of onvoldoende in staat bent om de spanning op te vangen en weg te nemen. De mate waarin je last hebt van stress, is afhankelijk van je vermogen om op oplopende spanning op te merken en te verminderen. Vaak mis dit een vaardigheid die je al eerder in je leven ontwikkeld moet hebben.


  • Biologische oorzaken:

- Paniekaanvallen kunnen in experimentele onderzoeken bij paniekpatiënten worden 'opgeroepen' of 'uitgelokt' met verschillende middelen, bijvoorbeeld door het toedienen van adrenaline en cafeïne. Deze zogenaamde 'provocatiestudies' kunnen wijzen op lichte afwijkingen in het centrale zenuwstelsel, zoals verstoringen in het noradrenalinesysteem. Door deze studies wordt een complex samenspel van biologische oorzaken verondersteld.                        

Er wordt vooral de laatste jaren verondersteld dat mensen met angststoornissen in hun brein een tekort hebben aan de stof serotonine. Dit tekort zou verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van angst en paniek. Door het gebruik van medicijnen die het serotoninegehalte verhogen, neemt de kans op een paniekaanval af en durven mensen weer meer te ondernemen. Men denkt dat deze medicijnen de serotonine-prikkeloverdracht in het brein gunstig beïnvloeden. Wellicht zal later blijken dat er ook nog andere prikkeloverdrachtstoffen (neurotransmitters) in het brein betrokken zijn bij het ontstaan van paniek. Er zijn in ons brein meer dan twintig verschillende types neurotransmitters actief..


Hyperventilatie: 

Sommige symptomen van een paniekaanval (o.m. duizeligheid, benauwdheid, gevoelloosheid, verkrampte spieren), kunnen het gevolg zijn van hyperventilatie (te veel en te snel ademen). De hartslag en de ademhaling worden bij hyperventilatie opgejaagd omdat mensen met hyperventilatie, uit angst voor benauwdheid, gaan 'overademen'. Het idee dat alleen hyperventilatie de oorzaak is van angst- en paniekaanvallen kan door onderzoek niet bevestigd worden.


  • Korte termijn oorzaken:

- Ingrijpende gebeurtenissen: Bij grote veranderingen, tegenslagen of uitdagingen in je leven kunnen je gevoel van zelfvertrouwen en veiligheid onder druk komen te staan. Bij veel mensen treedt de eerste paniekaanval meestal op na een ingrijpende gebeurtenis in hun leven, bijvoorbeeld na een scheiding, een geboorte of sterfgeval, een nieuwe studie, promotie of veranderingen op het werk, een verhuizing enzovoort. Het opmerkelijke is dat zowel negatieve als positieve gebeurtenissen, lichamelijk en psychisch als ingrijpend ervaren kunnen worden.


- Psychoactieve stoffen: Bepaalde paniekaanvallen kunnen het gevolg zijn van het gebruik van psychoactieve stoffen zoals cafeïne, cannabis, of andere softdrugs, cocaïne, of amfetaminen. Onthoudingsverschijnselen van kalmerende middelen of alcohol kunnen ook paniek uitlokken.


- Lichamelijke of biologische veranderingen: Soms kunnen lichamelijke of biologische veranderingen (ongemerkt) veel spanning geven: een operatie, nieuwe medicijnen, zwangerschap, een dieet enzovoort. Maar ook bijvoorbeeld het omschakelen van een periode waarin je lichamelijk zeer actief was, naar een periode waarin je je lichamelijk nauwelijks hoeft in te spannen, kan leiden tot te veel spanning.



Paniekaanvallen verstoppen zich niet in bussen, treinen, auto's of op allerlei andere plekken die angstige mensen vermijden. Zoals we hier voor al aangaven, zijn ze het gevolg van een schrikreactie op de angstverschijnselen die iemand voelt.



* Heeft u vragen over 'Paniekaanvallen-stoornissen'? Neem vrijblijvend contact op met onze praktijk.



0