Omgaan met borderline en narcisme

Borderline



UITGANGSPUNT


Borderlinestoornis


Bij de borderlinestoornis komen veel verschijnselen voor. Je kunt last hebben van bijna alle psychische klachten en stoornissen die we in de psychiatrie kennen. Zo komen depressieve en angst stoornissen zeer veel voor. Daarnaast kun je last hebben van bijvoorbeeld eetstoornissen, in de war zijn, wegrakingen en alcohol- of drugsgebruik. Je vraagt je misschien af of er ook iets kenmerkend is voor een borderlinestoornis. 

Dat is instabiliteit.


Borderlinestoornis wordt als volgt omschreven: 'Iemand met een diepgaand patroon van instabiliteit in intermenselijke relaties, zelfbeeld en gevoelsleven, en van duidelijke impulsiviteit. Dit begint in de vroege volwassenheid en komt tot uiting in diverse situaties.'

Instabiliteit kun je dus als een hoofdkenmerk beschouwen. Je weet vaak niet goed wat je wilt. Je kunt je het ene moment nog prima voelen maar het volgende moment waardeloos. Je kunt die instabiliteit merken bij de drie grote psychische functies: denken, voelen en handelen.

  • Je denken wisselt in uitersten (alles of niets, zwart of wit).
  • Je gevoelsleven is instabiel omdat je vaak sterke stemmingswisselingen hebt.
  • Je handelen wordt gekenmerkt door wispelturig gedrag en impulsiviteit: 'eerst doen, dan denken,'


Je voelt je vaak instabiel en hebt daar veel last van. Maar ook de mensen in jouw omgeving kunnen je als instabiel beschouwen. Zij weten vaak niet hoe ze het beste met je kunnen omgaan, en dat is begrijpelijk. Je relaties met andere mensen zijn vaak moeizaam. Ze worden gekenmerkt door conflicten en teleurstellingen.



Verschijnselen


Instabiliteit kun je dus als een hoofdkenmerk beschouwen. Denk hierbij aan denken, voelen, gedrag en overige verschijnselen.


1) Denken


- Alles of niets. 


Je hebt de neiging mensen onder te verdelen in goed of slecht, in held of hufter, in voor of tegen. Je vindt ze ontzettend aardig of vreselijk onaardig, daartussen zit weinig. Wellicht ben je iemand die gemakkelijk en snel contact maakt. Dit wordt echter gevolgd door teleurstelling en boosheid als de ander niet voldoet aan jouw (vaak hooggespannen) verwachtingen. Zo kunnen veel intensieve relaties ontstaan die maar kort duren. Als je vaak teleurgesteld bent geweest, heb je de neiging zeer terughoudend te worden met het aangaan van contacten. Je denkt namelijk toch weer teleurgesteld te worden.


Het lijkt erop dat je voor alles maar twee kleuren kent: zwart en wit. Het is vaak 'alles of niets'. Zo snel als je enthousiasme gekomen is, zo snel is dit soms weer verdwenen. Dat kan gaan over gebeurtenissen, je werkgever, de leraar van je kinderen of een nieuwe hobby. Je reageert dus op tal van zaken op een zwart-wit manier. Ook een hulpboek kun je zo beoordelen. Eerst herken je je erin en voel je je gesteund. als je dan ergens iets leest wat je niet bevalt of persoonlijk raakt, heb je de neiging het erg snel aan de kant te gooien. Je kunt ook jezelf heel wisselend beoordelen. Vaak echter overheerst, helaas voor jou, het negatieve.


Tekenen van instabiliteit in je denken zijn o.a.;

  • Je gedachten zijn erg afhankelijk van wie je tegenover je hebt of in welke situatie je verkeert.
  • Je herinnert je situaties heel anders dan anderen dat doen of soms herinner je ze helemaal niet meer.
  • Je denkt dat anderen verantwoordelijk zijn voor wat jij doet of juist dat je heel verantwoordelijk bent voor anderen.
  • Je kunt moeilijk je fouten toegeven of je geeft juist voortdurend jezelf de schuld.
  • Je denken is meer gebaseerd op je (wisselende) emoties van het moment dan op de feiten.
  • Je denken is wisselend gekleurd door achterdocht.


- Negatieve zelfbeoordeling: 


Je hebt geen hoge dunk van jezelf. Je hebt de neiging om veel van wat je doet of gedaan hebt negatief te beoordelen. Dit ondermijnt natuurlijk je zelfwaardering. Verder maakt dit soms begrijpelijk waarom je je zo snel afgewezen en niet serieus genomen voelt. Je kunt zeer gevoelig reageren op het geringste gevoel van afwijzing. Als je al niet veel zelfwaardering hebt, zal geringe kritiek en wat een ander zegt of doet al gauw als zout in een wond voelen. Je kunt soms merken dat je dit negatieve zelfbeeld probeert te verbloemen. dit kan door bijvoorbeeld heel hard je best te doen op je werk of op een cursus. Je bent dan heel perfectionistisch. Je kunt het negatieve zelfbeeld ook bedekken door heel stoer te doen en hard om je gelijk te roepen.



2) Voelen


- Stemmingswisselingen/emotionele instabiliteit: 


Je stemming kan zeer snel wisselen, zelfs binnen het tijdsbestek van enkele minuten.

Soms gebeurt dat zonder dat de mensen in jouw omgeving een directe aanleiding daarvoor zien. Je stemming is vaak heel 'reactief'. Hiermee wordt bedoeld dat je snel, met heftige emoties reageert op gebeurtenissen. Dit kunnen zaken zijn die je meemaakt of dingen die tegen je gezegd worden. Mensen in je directe omgeving zulle je misschien 'overgevoelig' vinden. Voor hen is dat wat er gebeurde van weinig belang of dat wat zij zeiden 'helemaal niet zo bedoeld'. Zij kunnen ook het gevoel krijgen dat ze 'op eieren moeten lopen'. Hun daden en woorden moeten ze op een weegschaal leggen en ze doen het nooit goed. Die indruk krijgen ze althans. Hun reacties, bijvoorbeeld boosheid of teleurstelling, geven bij jouw weer een emotionele reactie



- Leegte en depressieve gevoelens: 


Je voelt je zelden langere tijd achtereen goed gestemd of tevreden.

Je zit niet lekker in je vel, je bent nogal eens angstig en prikkelbaar. Vaak heb je last van gevoelens van leegte en verveling. Je kunt zelfs de neiging hebben om maar een einde aan je leven te maken (suïcidaliteit). Hoewel veel borderlinepatiënten last hebben van depressieve verschijnselen is het goed te bedenken dat deze niet altijd vallen onder de de diagnose depressie. Vaak is er sprake van een gevoel van leegte. We spreken officieel pas van een depressie als de stemming én ernstig is gedaald én deze verandering niet tijdelijk is, dat wil zeggen minstens één á twee weken voortduurt, en er nog een aantal andere verschijnselen zijn, zoals verminderde of juist vergrote eetlust, slaapstoornissen, aanhoudende moeheid, concentratieproblemen en nergens zin meer in hebben.



- Woede: 


Je kunt last hebben van ingehouden agressie (je niet kunnen uiten), of van ongecontroleerde woede-uitbarstingen, soms als gevolg van het overmatig inhouden van agressieve gevoelens. Je springt dan uit je vel terwijl daar objectief nauwelijks reden toe is (zelf denk je daar anders over, zeker op het moment zelf).



- Verlatingsangst: 


Je bent vaak bang om in de steek gelaten te worden. Je leeft dan in de veronderstelling dat diegene met wie je een sterke band hebt, jou zal verlaten.Deze angst kan oplopen tot extreme paniek op momenten dat je alleen bent of je alleen voelt. Dit zul je dan ook, op soms krampachtige wijze, proberen te vermijden. Het probleem is dat je vaak ook niet goed functioneert in de aanwezigheid van anderen en dat je conflicten krijgt. Je kunt moeilijk nabijheid verdragen. Je vindt, of hebt bijvoorbeeld het gevoel, dat die ander jou niet serieus neemt, je te dicht op je huid zit en zich te veel of te weinig met je bemoeit. Dan wordt het echt koorddansen, zowel voor kou als die ander. zonder hem of haar voel je je verlaten, eenzaam en rot. Mét hem of haar maak je ruzie als jullie bij elkaar zijn of elkaar door de telefoon spreken, of voel je je juist heel angstig. Het is snel te veel of te weinig. Anders gezegd: het is moeilijk voor borderlinepatiënten om afstand en nabijheid te hanteren.



- Je verwaarloosd en niet serieus genomen voelen: 


Je hebt nogal eens het gevoel te weinig aandacht te krijgen en je voelt je dan verwaarloosd of niet serieus genomen. Hoewel het heel goed mogelijk is dat anderen je (soms) niet serieus nemen kan het ook zijn dat je daar overgevoelig voor bent. Dit kan bijvoorbeeld voortkomen uit verwaarlozing in je jeugd. Je bent er daarom, al dan niet bewust, heel erg op gericht of anderen voldoende aandacht aan je schenken, zodat je heel kritisch kijkt naar de reacties van anderen. Dat is vanuit jouw achtergrond gezien misschien begrijpelijk. Terwijl anderen naar hun gevoel even aandacht aan iets anders besteden of een grapje maken, kun jij je gepasseerd voelen, jouw gevoel van je niet serieus genomen voelen kan zodoende meer bij jou liggen dan dat het door een ander wordt veroorzaakt.



3) Gedrag


- Impulsiviteit: 


Impulsiviteit betekent dat je tot actie overgaat zonder eerst goed nagedacht te hebben of deze actie verstandig is of wat de consequenties ervan zijn. Je begint bijvoorbeeld aan banen of relaties die later (soms al heel snel) niet zo geschikt voor je blijken te zijn. Je stopt er dan mee. Zo kunnen snelle wisselingen ontstaan in je sociale leven. Je wordt vervolgens door anderen als heel wispelturig gezien. Andere voorbeelden van impulsiviteit zijn: overmatig alcohol, drugs- en/of medicijn gebruik, geldverkwisting, sommige vormen van zelfverwonding, wisselende seksuele contacten en roekeloos autorijden.

Eetproblematiek komt ook voor: op een extreme manier gaan afvallen (anorexia) of juist gaan eten (vreetzucht of bulimia).

Overigens is niet alle impulsiviteit negatief. Soms geven spontane, impulsieve beslissingen juist 'jus' aan het leven. Mensen uit je omgeving kunnen sommige beroepen - artiesten, kunstenaars, voetballers die in de voorhoede spelen - zijn een zekere mate van impulsiviteit en spontaniteit zelfs nodig om dat beroep goed uit te kunnen oefenen.



- Zelfverwonding (automutilatie): 


Dit is het (moedwillig) toebrengen van schade aan je eigen lichaam. Voorbeelden hiervan zijn: krassen en snijden in de armen of benen of jezelf branden met een sigaret. In medische termen heet zelfverwonding automutilatie. Zelfverwonding kent vele aspecten.

Meestal wordt zelfverwonding onderscheiden van suïcidaliteit (neiging tot zelfdoding). Bij zelfverwonding is het niet de bedoeling een eind aan je leven te maken. Zelfverwonding komt ook voor tijdens toestanden van veranderd bewustzijn, dissociatie genoemd.



4) Overige  verschijnselen


- Suïcidaliteit: 


Suïcidaal zijn betekent dat je geen uitweg meer ziet uit je problemen en zo wanhopig bent dat je een einde aan je leven wilt maken.

Suïcidale gevoelens komen veel voor bij mensen met een borderline stoornis en zijn bovendien meestal langdurig aanwezig. Men spreekt ook wel over 'chronische suïcidaliteit' om dit aan te geven. Suïcidepogingen komen regelmatig voor. Maar liefst negen tot tien procent van de borderlinepatiënten komt vroegtijdig te overlijden door suïcide (zelfdoding), zo zijn de schattingen.



- Dissociatieve ervaringen:


Dissociatie is te omschrijven als een verandering in je bewustzijnstoestand.

Het is alsof verschillende functies van je hersenen tijdelijk niet goed op elkaar zijn afgestemd. Omstanders (of jijzelf) kunnen dit verschijnsel zien als een teken dat 'je er niet helemaal bij bent' een afwezige indruk maakt of niet helder of adequaat reageert. Zelf kun je bijvoorbeeld het volgende ervaren: 'Ik zit zit in een lichaam waarin ik niets voel. 'Je ervaart je lichaam dan als vreemd. Soms voel je pijn niet meer. Je kunt het gevoel hebben niet in de realiteit te staan, dat alles aan je voorbijgaat zonder dat je er deel van uitmaakt.

Het komt voor dat je ergens naartoe bent geweest, bijvoorbeeld de bibliotheek, en achteraf niet meer weet hoe je daar gekomen bent.

Dit zijn verschijnselen die je angstig kunnen maken omdat je de greep op de realiteit (tijdelijk) verloren lijkt te hebben. Sommige mensen gebruiken zelfverwonding om weer 'bij'te komen, om weer wat wat te voelen. Sommige van hen moeten letterlijk 'bloed voelen' (en snijden zich daarom) om weer uit die toestand van vernauwd bewustzijn te kunnen komen.


Alle mensen kunnen) dissociëren en het is lang niet altijd een 'ziekelijk' verschijnsel. Voorbeelden hiervan zijn: als je zeer geconcentreerd bent wanneer je heel aandachtig naar een film kijkt, in een goed boek verdiept bent of je je enorm concentreert op je werk. Dan is dissociatie meestal plezierig. In veel culturen zijn dissociatieve verschijnselen heel normaal en horen ze bijvoorbeeld bij bepaalde rituelen. Er wordt dan vaak over 'trance' gesproken. Soms is een dissociatie een gewone reactie op stress. En als er te veel emoties op je af komen kan dissociatie zelfs een gezonde manier zijn om die even de baas te kunnen. Veel mensen zoeken zelfs bewust een vorm van dissociatie door bijvoorbeeld het gebruik van middelen (alcohol, drugs). Dissociatie is pas een ziekteverschijnsel als je de controle erover kwijt bent. Als het je overkomt terwijl je dat niet wilt of als je er last van hebt. Dan is dissociatie onplezierig.



- Realiteitsvervormingen: 


Borderlinepatiënten kunnen last hebben van waarnemingen en gedachten die niet of slechts gedeeltelijk overeenkomen met de werkelijkheid. Je kunt dan spreken van vervormingen van de realiteit. Ernstige vervormingen van de realiteit worden psychotische verschijnselen genoemd. Er is dan sprake van een gestoorde realiteitstoetsing. Niet alle vervormingen van de werkelijkheid zijn per direct psychotisch te noemen. Iedereen hoort of ziet weleens iets wat even later, na het gecontroleerd te hebben, niet waar blijkt te zijn. Als je in een donker bos loopt hoor je allerlei geritsel of zie je schaduwen die voortkomen uit de normale angst die zo'n bos oproept. Als je alleen thuiszit en een spannende thriller hebt gezien op de televisie kun je de deuren horen slaan en iemand op de trap horen lopen. Zo zijn er nog vele voorbeelden uit het dagelijkse leven te bedenken.


Iemand die in staat is om dit soort waarnemingen en gedachten aan de werkelijkheid te toetsen (zelf of met behulp van anderen) wordt niet psychotisch genoemd. Hij of zij corrigeert zichzelf. Indien iemand blijft vasthouden aan zijn of haar waarnemingen of gedachten, die objectief niet juist zijn, spreken we van psychotische verschijnselen. Deze kunnen bestaan uit:

  • Een gestoorde zintuiglijke waarneming, zoals bijvoorbeeld het horen van stemmen of het zien van beelden die anderen niet horen of zien; dit worden hallucinaties genoemd.
  • Stoornissen in het denken, zoals waandenkbeelden (bijvoorbeeld overmatige achterdocht) of in de war zijn.


Bij borderlinepatiënten zijn realiteitsvervormingen meestal kortdurend. Deze komen vooral voor bij oplopende spanningen en stress. Soms kunnen deze realiteitsvervormingen zo ernstig zijn dat we spreken van een psychotische stoornis. Ook deze is meestal kortdurend; enkele uren tot enkele dagen.


Het is goed om nog eens te benadrukken dat mensen onderling verschillen. Er zijn vrolijke en sombere mensen, optimisten en pessimisten, introverte en extraverte mensen. En dan zijn er nog vele indelingen mogelijk. Dat geldt ook voor mensen met een borderlinestoornis. Sommigen hebben vooral last van depressiviteit en hebben een ingetogen aard, zijn verlegen en sociaal angstig. Anderen zijn extravert, creëren veel conflicten en reageren heel impulsief. 



* Heeft u vragen over 'Borderline'? Neem vrijblijvend contact op met onze praktijk.



Narcisme




UITGANGSPUNT


Eigenliefde


De term 'narcisme' staat voor eigenliefde. Mensen hebben enige mate van eigenliefde nodig om gezond te kunnen functioneren: voor de ontwikkeling van zelfrespect en zelfvertrouwen. Als je te weinig eigenliefde hebt, is het moeilijker om te houden van anderen. Want hoe kun je anderen voldoende begrijpen en met mildheid tegemoet treden als je jezelf maar ten dele kunt begrijpen en ten dele kan aanvaarden?

Het is een wijsheid die al vroeg werd aangeduid in de Bijbel in het evangelie van Marcus: 'Heb uw naaste lief als uzelf'.

Als je te weinig begrip en medeleven aan de dag legt voor jezelf, heb je daarmee uiteindelijk ook te weinig begrip voor een ander. Een tekort aan eigenliefde bemoeilijkt dus de opbouw van wederkerige relaties.


Bij een teveel aan eigenliefde ontstaat ook een minder gezond functioneren, omdat je dan jezelf vóór anderen plaatst. Als iemand te vol is van zichzelf is er weinig bereidheid om te delen en wordt er weinig geïnvesteerd in het contact met anderen. Deze persoon is vooral gericht op zijn eigen belangen. Op korte termijn is is dat misschien voordelig, maar op lange termijn is de kans groot dat hij vertrouwen verspeelt en in toenemende mate alleen komt te staan. Dit is het drama van narcisme, namelijk de eenzaamheid en de isolatie waarin een overmatig narcistische persoon uiteindelijk belandt.



Een gezond zelfbewustzijn


Mensen met een gezond narcisme, oftewel een gezond zelfbewustzijn, hebben ruimte voor het ervaren van eigen gevoelens, behoeften en verlangens. Dit hoeft niet te worden ontkend of onderdrukt. De eigen beleving mag bestaan naast de gevoelens, behoeften en verlangens van anderen. Met een gezond zelfbewustzijn hoef je jezelf niet te ontkennen of te bestraffen en kleiner te maken, noch is het nodig om jezelf voor anderen te stellen, op te maken of jezelf groter te maken. Deze mensen mogen zichzelf zijn, staan zichzelf toe een eigen plaats in te nemen naast anderen, zonder boven of onder anderen te hoeven staan.


Dit zijn mensen die van zichzelf houden op zo'n manier dat anderen daarin kunnen meedelen. Contact wordt niet gezocht vanuit een emotioneel tekort maar vanuit het gevoel dat ze anderen iets waardevols te bieden hebben. Deze mensen kunnen zichzelf zijn in het contact met anderen en ook die anderen mogen zichzelf zijn. Bij een gezond narcisme bestaat ruimte om evenwicht te ervaren tussen eigenbelang en het belang van de omgeving.


Het eigenbelang mag centraal staan, zolang het niet ten koste gaat van de belangen van andere mensen. Dat betekent dat gezond narcisme voor egocentrisme staat in de letterlijke zin van het woord (het ik staat centraal) zonder dat het ontaardt in egoïsme (zelfzuchtigheid; het ik is het enige belangrijke). Een gezond volwassen narcisme - houden van jezelf - kenmerkt zich door zelfvertrouwen, inlevingsvermogen, zelfrelativering, het vermogen om bevredigende intieme relaties te hebben en altruïsme; iets kunnen bieden aan anderen zonder daar iets voor terug te verlangen.



De geboorte van een sociaal wezen


Voortplanting is van belang voor mens en dier. Om het nageslacht veilig op weg te helpen in het leven, wordt goede zorg geboden. Dit is een zeer belangrijke taak in het leven van een dier of mens; zorgen voor nageslacht betekent ervoor zorgen dat het leven een vervolg krijgt.

Een mensenkind groeit veilig en met in principe gegarandeerde goede zorg gedurende negen maanden in de baarmoeder. Maar daarna is het kind nog lang niet zelfredzaam. De groei naar zelfstandigheid duurt lang en neemt een groot deel van het leven in beslag.


Dat verklaard onder meer waarom wij sociale wezens zijn, van elkaar afhankelijk om te overleven. Mensen hebben geleerd te leven in groepen omdat dit meer veiligheid biedt. Samen heb je meer mogelijkheden; krachten worden gebundeld en taken worden verdeeld. Op deze wijze hebben we geleerd om in groepen te jagen, om dorpen te bouwen, om ons te specialiseren, om schrift en techniek te ontwikkelen. Deze vergaande samenwerking biedt ons soort de mogelijkheid tot een verdere en hogere ontwikkeling dan andere soorten. Leren leven in een groep mensen, dat is de belangrijkste en eerste ontwikkelingstaak van een mensenkind.



Hechting aan ouders


Om te leren in een groep is het van belang dat een kind zich leert hechten aan zijn primaire verzorgers, de ouders.

Hechting komt tot stand als de ouder op stabiele wijze beschikbaar is voor het kind. Een kind heeft zijn ouders nodig om zich geaccepteerd te weten, om erop te kunnen vertrouwen dat zijn basale levensbehoeften worden vervuld. De band met zijn ouders is voor een kind van levensbelang.


Na de geboorte draait alles om de opbouw van een goede relatie tussen moeder en kind. De baby zal zijn behoeften aangeven door te huilen of te schreeuwen, en de moeder reageert met toenadering en oprechte belangstelling voor wat de behoefte van het kind kan zijn. Het is voor een kind heel veilig en prettig om contact te hebben met de verzorgende moeder, vader en mensen in de nabije omgeving. Een kind kan de eigen gevoelens niet zonder meer ervaren, maar heeft zijn ouders nodig om zijn gevoelens te accepteren en er betekenis aan te geven. Hoe beter het de ouder erin slaagt het kind aan te voelen, des te beter het kind erin slaagt betekenis te geven aan zijn eigen ervaringen.

Wanneer een kind zich op zijn gemak voelt bij de ouder, zich veilig weet en zijn eigen emoties durft te laten zien, dan is het kind veilig gehecht.



De ontwikkeling van eigenwaarde


Een gezond gevoel van eigenwaarde ontstaat als het kind in zijn allervroegste bestaan door zijn moeder, dan wel vader is bevestigd.

Als een pasgeboren kind zich in alle opzichten geaccepteerd weet en er zeker van kan zijn dat er altijd iemand voor hem is, dan wordt een gezonde eigenliefde opgebouwd.Vanuit een onvoorwaardelijke toewijding kan een kind een positief beeld van zichzelf en van zijn ouders ontwikkelen, wat hem het vertrouwen geeft op onderzoek uit te gaan en nieuwe contacten aan te gaan.


Ouders kunnen er echter niet voor zorgen dat het kind nooit onprettige gevoelens ervaart en dat is maar goed ook. Het kind zal gaandeweg ook moeten leren omgaan met zulke gevoelens. Het leven biedt een voortdurende afwisseling van aangename en onaangename sensaties. Ouders doen er daarom goed aan hun kind ook vertrouwd te maken met het verdragen van onaangename gevoelens. Vanuit deze gevoelens ontstaat immers de motivatie om te werken aan een doel. Spelenderwijs leert het kind dan kruipen, klimmen, lopen enzovoort. Dat is in een notendop hoe de mens vaardigheden leert, kennis opdoet, zich in het algemeen ontwikkelt.


Een kind dient dus veel liefde te ontvangen, maar mag niet weggehouden worden van de realistische frustratie omdat het daarmee moet leren omgaan. Te veel frustratie kan een kind ontmoedigen, zijn zelfvertrouwen schaden en remmen in zijn ontwikkeling. Waar te veel frustratie leidt tot traumatisering, is het overduidelijk dat dat schadelijk is. Maar te weinig frustratie maakt dat het kind niet weet om te gaan met frustratie. Dat kan ertoe leiden dat een kind nauwelijks doelgericht gedrag laat zien omdat in alle behoeften is voorzien. Dat kan er ook toe leiden dat een kind voortdurend gericht is op de bevrediging van zijn behoeften, onaangename gevoelens weigert en deze afreageert op anderen.


In het zelfbeeld van een kind dient dus ruimte te zijn voor positieve ervaringen en voor zelfvertrouwen, maar ook voor frustratie en het besef dat niet altijd alles naar eigen wens gebeurt. Er moet ruimte zijn voor groei en ontwikkeling, maar ook voor confrontatie met de realiteit en met grenzen. Een gezond gevoel van eigenwaarde heeft te maken met het zich geaccepteerd, gewaardeerd en geliefd weten, maar ook met het kunnen verdragen van frustratie, het aanvaarden van begrenzing en het in contact staan met de realiteit.



De ontwikkeling van het zelf


Kinderen hoeven niet te vroeg groot te worden maar in hun eigen tempo hun ontwikkeling mogen doorlopen.

Het jonge kind ervaart de ouder aanvankelijk als almachtig en in staat om alles te kunnen begrijpen. Het kind heeft de ouders het liefst altijd beschikbaar, zij zijn de bron van alle bevrediging. Omdat ouders daarin nu eenmaal tekortschieten, treedt onherroepelijk teleurstelling op. In de normale ontwikkeling gaat het om relatief kleine teleurstellingen in een overigens goede, warme en begrijpende verstandhouding. In de ontwikkeling van het kind breekt dan de fase aan waarin het zich in psychologische zin los moet maken van de ouder. Waar het kind eerder nauwelijks onderscheid maakte tussen 'ik en mijn ouder', gaat het langzamerhand begrijpen dat het 'ik' iemand anders is dan 'mijn ouder'. Het kind vormt dan een eigen zelf; een samenhangend en relatief stabiel beeld van zichzelf als persoon.


Het kind blijft sterk gericht op de ouder maar ziet de ouder niet langer als verlengstuk van zichzelf of als ideaal. Wel maakt het zich de waarden en normen van de ouders eigen en daarmee ook de verwachtingen die de ouders van hem hebben. Het kind vormt zich als het ware een ouder in het hoofd, die aangeeft wat goed en verkeerd is en wanneer het kind trots mag zijn of zich zou moeten schamen. Deze 'ouder in het hoofd' is zeer invloedrijk en zeer bepalend voor hoe het kind tegen zichzelf aankijkt. Deze manier van kijken naar zichzelf blijft doorgaans een heel ,leven van invloed.

Wanneer de ouder zijn kind met mildheid tegemoet treedt, leert het ook met mildheid naar zichzelf kijken. In plaats van acceptatie te bieden, kan de ouder echter onverwacht met kritiek of afwijzing reageren. Wanneer dat vaker gebeurt, leert het kind kritisch en afwijzend naar zichzelf te kijken.

In deze situatie ontstaat de voedingsbodem voor een kwetsbaar zelfbeeld.


Wanneer het kind merkt dat het zijn ouder teleurstelt, ervaart het dat hij niet voldoet in de ogen van de ouder. Het kind ervaart dan dat voor zijn eigen gevoelens geen ruimte is, en hij probeert dit vervolgens te verbergen. Het kind laat dan niet langer zijn eigen gevoelens, beleving en verlangens zien, maar gaat proberen te voldoen aan wat het kind aanvoelt dat de ouder graag wil zien. Het bouwt dan een onecht zelf op. Een kind probeert op deze wijze aan de verwachtingen van zijn ouder te voldoen.


Dit is een dramatisch moment. Hier verliest een kind zichzelf, terwijl juist het zelf het meest waardevolle is wat een mens bezit.

Het zelf is nodig om waarachtige relaties op te bouwen. Een kind dat zichzelf verliest, staat niets anders te doen dan voor dit verlies compensatie te zoeken. De pijn zou anders ondraaglijk zijn. Het onechte zelf dat zich daardoor ontwikkelt, trekt een muur op tegen de opgekropte pijn. Op deze wijze probeert het kind, en later de volwassene , de pijn te weren. Het is zoeken naar een houvast voor het verlies. Het kind kan zich niet tonen zoals het is en gaat zich anders, veelal groter, presenteren aan de buitenwereld.


Geconcludeerd kan worden dat een positief en gezond zelfbeeld gebaseerd is op vertrouwen en basisveiligheid. Een overdreven opgeklopt zelfbeeld ontwikkelt zich vanuit miskenning en afwijzing.



* Heeft u vragen over 'Narcisme'? Neem vrijblijvend contact op met onze praktijk.