Omgaan met Negatief zelfbeeld, Assertiviteitsproblemen en OPS

                                                      Negatief zelfbeeld



UITGANGSPUNT


Wat is een zelfbeeld?


Zoals het woord al zegt: het is het beeld dat van je van je zelf hebt gevormd in de loop van je leven, en daar zitten twee kanten aan. Aan de ene kant wat je over je zelf 'weet': je kenmerken, je talenten, je kwaliteiten, je capaciteiten en je eigenaardigheden. En aan de andere kant hoe je jezelf beoordeelt als persoon. Verstand en gevoel zou je kunnen zeggen. Maar zo simpel is het niet.


Bij verstand denken we al snel aan bewuste gedachten en redenaties. De kennis over jezelf is echter grotendeels onbewust. En bovendien gaat het niet alleen om gedachten, maar ook om de beelden en herinneringen aan wat je deed en hoe je reageerde. Je hebt heel wat kennis over jezelf verzameld, die op een ingenieuze manier geordend is. Zonder dat je je daar bewust van bent, heeft zo'n ordening een behoorlijke invloed op wat je wel en niet waarneemt, en dus op de nieuwe kennis die erbij komt. In het geval van een negatief zelfbeeld komt er vooral negatieve informatie door. Een 'oneerlijke' gang van zaken zou je kunnen zeggen.


Over de beoordeling die je jezelf geeft, je gevoel van eigenwaarde, valt ook het nodige te zeggen. Je zou denken dat die waardering een optelsom is van de cijfers die je jezelf geeft voor al die verschillende kenmerken en capaciteiten. Maar zo rechtvaardig gaat het er in het onbewuste niet altijd aan toe. In het geval van een positief zelfbeeld leggen sterke punten een groter gewicht in de schaal, en tellen zwakke punten minder mee, maar in in het geval van een negatief zelfbeeld is dat juist andersom. Ook dat zou je als oneerlijk kunnen betitelen. Evenals het feit dat het gevoel het verstand meestal overheerst.


Het algehele gevoel dat je over je zelf hebt, is maar heel losjes verbonden met de kennis die je over jezelf hebt verzameld. Die kennis is als het ware 'slapend' aanwezig. Het gevoel voert in het leven van alledag vaak de boventoon en bepaalt je gedachten, je stemming en je gedrag. Je zelfbeeld, dat globale idee over jezelf als gehele persoon, is meer een 'weten' met je gevoel dan een weten met je verstand. Wij horen cliënten met een negatief zelfbeeld dan ook vaak zeggen: 'ik weet wel dat ik iets voorstel, maar deep down voel ik het anders, voor mijn gevoel ben ik toch waardeloos.'



En als dat zelfbeeld negatief is?


Mensen met een negatief zelfbeeld komen steeds maar weer op een negatieve conclusie over zichzelf. 'Ik ben een mislukkeling of ik stel niks voor.' Het is meer dan een vluchtige gedachte, het is een vaste overtuiging. Een negatief zelfbeeld draag je altijd bij je. Het grootste gedeelte van de dag ben je je daar niet bewust van, maar ondertussen doet het wel zijn werk. Het vervelende is namelijk dat zo'n negatieve overtuiging of negatief gevoel te pas en te onpas opkomt. Als er maar iets gebeurt wat niet zo prettig voor je is, als je bijvoorbeeld kritiek krijgt, dan komt het negatieve zelfbeeld razendsnel opzetten. Als een duveltje uit een doosje. En met dat duveltje rollen er ook allerlei andere herinneringen uit het doosje die opgeslagen zijn in je geheugen.


Ze buitelen over elkaar. Er zit van alles tussen. Kritiek die je gisteren kreeg of vorige week. Dingen die je niet lukten of die je niet helemaal perfect afleverde. Een stomme opmerking die je vijf jaar geleden maakte, en hoe je daarna bloosde tot aan je navel. En tussen die al die concrete feiten door rolt ook een handjevol eigenschappen uit het doosje, conclusies die je in het verleden uit die negatieve gebeurtenissen hebt getrokken.

Dat je onhandig bent bijvoorbeeld of geen doorzettingsvermogen hebt, dat je slordig bent of dom. Je kunt je wel voorstellen dat het heel lastig voor je is om dan nog te relativeren. Dus trek je weer dezelfde conclusie: 'Ik ben niets waard!' Dat gaat met sterke negatieve emoties gepaard, zoals angst, verdriet, boosheid of schaamte.



Zijn er ook mensen met een positief zelfbeeld?


Ja, die zijn er, al kun jij je dat misschien nauwelijks voorstellen. Zo'n persoon is er van overtuigd dat hij best oké is, dat hij waardevol is of dat hij goed is. Het duveltje dat uit het doosje komt, is in zijn geval een prettige verschijning. De herinneringen die meekomen zijn positief. Goed werk dat hij twee dagen geleden afleverde bijvoorbeeld, een compliment dat hij vorige maand kreeg, of de problemen die hij in zijn vorige baan oploste. Een leuke ontmoeting met een onbekende drie jaar geleden of het beeld van zijn surfplank die door de golven kliefde toen hij twintig was.

Ook positieve eigenschappen komen mee: dat hij zelfstandig is, niet voor één gat te vangen. Dat hij leuk gezelschap is en sportief. Het ligt in dit geval voor de hand dat de gevoelens die met de herinneringen meekomen positief zijn. Kritiek krijgt lang niet zoveel vat op iemand met een positief zelfbeeld als op een persoon met een negatief zelfbeeld.



Selectieve waarneming en selectief geheugen


In de cognitieve gedragstherapie, CGT wordt een negatief zelfbeeld (een basisschema) vergeleken met een vooroordeel. Een vooroordeel betekent dat je een vaststaand oordeel hebt over een persoon of over een groep. 'Etikettenplakkerij' zegt men ook wel of 'door een gekleurde bril kijken'. Er valt niet te wrikken aan je overtuiging, ook niet als je andere ervaringen met zo'n persoon of groep opdoet.

We geven een aantal voorbeelden:

  • Sommige mensen hebben een vooroordeel over mannen met grote tatoeages. Zonder dat zij nog kennis hebben gemaakt, menen zij al te weten hoe zo iemand leeft en wat voor karakter hij heeft: hij scheurt veel te hard op zijn Harley-Davidson over de snelweg, drinkt te veel en maakt er een hobby van om de politie te provoceren. en dat geldt voor alle mannen met grote tatoeages. Je kunt ze maar beter uit de weg gaan, vinden ze.
  • Er zijn ook mensen die een vooroordeel hebben over invaliden die in een rolstoel zitten: zij zijn afhankelijk en ongelukkig en hebben een tweederangs baantje. Veel mensen gaan hard praten tegen zo iemand omdat er automatisch van uitgaan dat hij behalve invalide ook doof is. 
  • Natuurlijk kan een vooroordeel ook een positieve inhoud hebben: als de voetbalclub waar jij supporter van bent, moet spelen, verwacht je eerder winst dan verlies.


Om te begrijpen hoe je tot een vooroordeel komt, leggen we je eerst iets uit over de werking van het geheugen. Vanaf onze geboorte worden voortdurend gebombardeerd met informatie en indrukken die opgeslagen worden in het geheugen, in het 'archief' zou je kunnen zeggen. Zoals in alle archieven, wordt ook in ons geheugen geordend, gerubriceerd en gegroepeerd. Dingen die bij elkaar horen komen bij elkaar in één doos. 

Dozen die enigszins met elkaar te maken hebben worden bij elkaar gezet op dezelfde plank. En iedere doos krijgt een etiket met een pakkende tekst die aangeeft wat er in zit. Zo zou je je dat ongeveer voor kunnen stellen. Je hoeft er niets voor te doen, het geheugen gaat zijn eigen gang en begint al op heel jonge leeftijd met deze ordening. Iedere nieuwe indruk die je opdoet moet opgeborgen worden, dus zoekt het geheugen er de meest geschikte door voor. Af en toe komt er een nieuwe doos bij voor ervaringen waarvoor nog geen passende doos is, maar uiteindelijk is de indeling van het archief wel zo'n beetje af.


Ordenen, groeperen, rubriceren en etiketten plakken is nuttig. De wereld om je heen wordt overzichtelijker. Als je iets nieuws meemaakt, schemert de indeling van het archief als een blauwdruk op de achtergrond en bepaalt daarmee hoe je de wereld waarneemt. Je hebt snel in de gaten waar deze nieuwe ervaring bijhoort, in welke doos hij hoort. Dat is handig, want je hebt dan automatisch een idee wat je te wachten staat en wat je te doen staat. Ook kun je snel een onderscheid maken tussen informatie die belangrijk is en informatie die minder belangrijk is of die je kunt negeren.

Niet alleen informatie over de buitenwereld en over andere mensen wordt geordend en van een etiket gezien. Hetzelfde proces vindt plaats bij informatie die over jou gaat, en dat is heel wat. Hoe je toegesproken wordt, hoe je benaderd wordt, hoe je je gedraagt en hoe je het ervan afbrengt, het wordt allemaal opgeslagen.


Helaas, er kan van alles mis gaan bij het archiveren. Waardoor je je in de loop van je leven een onnodig negatief beeld van jezelf hebt gevormd. Een negatief vooroordeel over jezelf, net zoals oordelen over tatoeages en invaliden dat kunnen zijn. En zonder dat je je daar bewust van bent, heeft dat vooroordeel tot gevolg dat bepaalde informatie gemakkelijk doorkomt, en andere informatie moeilijk of helemaal niet. We noemen dat verschijnsel 'selectieve waarneming'. Informatie die past bij het vooroordeel wordt gemakkelijk opgenomen en bevestigt het vooroordeel. Maar informatie die niet past, wordt niet opgemerkt, of wordt zo vervormd dat het alsnog past. Weliswaar speelde je club gisteren belabberd, maar dat kwam omdat de scheidsrechter het spel volledig doodfloot. Je favorieten konden er daardoor niet in komen. Het positieve vooroordeel over je club hoeft door dit mechanisme niet herzien te worden, Het blijf bestaan.



Het zit niet alleen in je hoofd


Een belangrijk aspect van het zelfbeeld is hoe je je gedraagt. Een persoon die negatief over zichzelf denkt, gedraagt zich anders dan iemand die positief over zichzelf denkt. Je gedrag is meestal in overeenstemming met hoe je je voelt. Als je ervan overtuigd bent dat je dom bent, stel je geen vragen in een zaal vol mensen. Ben je ervan overtuigd dat je onhandig bent, dan laat je klussen in huis aan een ander over.

Het lijkt logisch dat je gedrag een gevolg is van je gevoel. Toch is dat niet het hele verhaal. Je gevoel is net zo goed een gevolg van je gedrag. Je observeert je eigen gedrag en op grond daarvan trek je conclusies over wie je bent, over je persoonlijkheid en je eigenschappen. Als je je zelfbeeld verstevigen, moet je niet alleen anders naar jezelf gaan kijken. Het is minstens zo belangrijk dat je andere dingen gaat doen.



Oorzaken van een negatief zelfbeeld


Hoe kom je eraan en hoe kom je eraf? Die twee vragen worden meestal in één adem gesteld. Veel mensen willen weten hoe het komt dat zij zo negatief over zichzelf denken. Ze gaan ervan uit dat je de oorzaak moet weten om je zelfbeeld te kunnen verbeteren. Dat is echter niet per se nodig. Het verleden kun je niet meer veranderen. Het kan wel helpen om enig inzicht te krijgen. Het kan er toe leiden dat je meer begrip voor jezelf kunt opbrengen en meer geduld met jezelf kunt hebben. Maar het kan ook zijn dat het je juist verdrietig of boos maakt. Of wanhopig, omdat er al zoveel vastligt. We gaan ervan uit dat er niet één oorzaak os aan te wijzen. In ieders levensloop zijn er meerdere factoren die hun steentje bijdragen aan de aard van het zelfbeeld. Hoe die precies op elkaar ingrijpen is meestal onduidelijk.


Denk hierbij aan o.a.:

  • Aanleg
  • Het gezin
  • De school, de omgeving, leeftijdgenoten, belangrijke anderen
  • De volksaard
  • Je overlevingsstrategie


Het is dus een combinatie van wat al vast ligt in de genen en wat je later hebt aangeleerd (leergeschiedenis).



Gevolgen van een negatief zelfbeeld


Omdat je je zelfbeeld altijd bij je draagt, heeft het invloed op veel aspecten van je leven. Een negatief zelfbeeld kan de volgende vervelende consequenties hebben:


Denk hierbij aan o.a:

  • Een sombere stemming
  • Weinig ondernemen
  • Minder moed
  • Minder resultaat
  • Minder zelfwaardering
  • Geen nieuwe vaardigheden
  • Bevestiging van het zelfbeeld


Bij sommige mensen is het negatieve zelfbeeld aan de buitenkant zichtbaar. Zij maken een gespannen, schichtige of soms ook wel ongeïnteresseerde indruk. Buitenstaanders zien dat wel, maar weten niet wat er aan de hand is en kunnen uiterlijke signalen verkeerd interpreteren. Er is een kans dat ze zo iemand zien als moeilijk benaderbaar. In de relatie met een partner kan een negatief zelfbeeld behoorlijk in de weg zitten. Natuurlijk gaat dit ook op voor het contact met vrienden, familieleden en collega's. 



* Heeft u vragen over 'Negatief zelfbeeld'? Neem vrijblijvend contact op met onze praktijk.



                                    Leven met assertiviteitsproblemen


UITGANGSPUNT


Typerend beeld van de kwaal


Assertiviteit is een bekend begrip. Er wordt mee bedoeld: in staat zijn voor jezelf op te komen, je mening te geven, een plek in te nemen. Subassertiviteit is het tegenovergestelde. Subassertiviteit is te omschrijven als onderdanigheid. Iemand die subassertief is, gedraagt zich nederig tegenover anderen. Hij of zij heeft de neiging om de waarde, het belang of de kracht van andere mensen hoger in te schatten dan zijn of haar eigen belang of kracht. Een subassertief persoon uit zich te weinig of zelfs helemaal niet.


Zeker in onze westerse samenleving, waarin ieder individu voor zichzelf moet zorgen, betekent dit dat subassertieve mensen te weinig aan hun trekken komen. Ze worden door hun omgeving nauwelijks serieus genomen of opgemerkt.

Subassertiviteit houdt in: een onvermogen om onvoldoende eigen ruimte in te nemen. Dit onvermogen kan voortvloeien uit een gebrek aan kennis of vaardigheden, maar het kan ook te maken hebben met (aangeleerde) angst en een negatief zelfbeeld.



Jezelf wegcijferen


Mensen die subassertief zijn nemen vaak uit machteloosheid te weinig plek in. Daarover zijn ze vervolgens ontevreden. Ze hebben het gevoel dat ze niet de baas zijn over hun eigen leven. Ze gaan er bij voorbaat van uit dat ze het onderspit zullen derven, vermijden het conflict. En voelen zich vervolgens ongelukkig over zichzelf. Geen ruimte in nemen betekent in dit verband dat je jezelf wegcijfert. In plaats van voor jezelf op te komen, schuif je je eigen wensen en belangen opzij. Het gevolg hiervan is dat je jezelf tekort doet. Je kunt jezelf wel wijs proberen te maken dat het je niks kan schelen, maar subassertief optreden knaagt aan je gevoel voor zelfrespect.


Elke keer als je subassertief gedrag vertoont, bevestig je het beeld dat jouw persoontje er niet toe doet. We herkennen in 'assertiviteit' het Engelse werkwoord 'to assert' dat zoiets betekent als 'jezelf bevestigen', 'voor je eigen rechten opkomen'. Dit kan letterlijk betekenen dat je geen sta-, zit- of ligplaats voor jezelf opeist, maar het kan ook gaan om grenzen stellen, kritiek uiten, meningen geven op feestjes of vergaderingen, verlangens onder woorden brengen, initiatieven nemen, zelfstandig handelen confrontaties aangaan of fouten durven maken.


Assertiviteit werd vroeger meestal in verband gebracht met nee-zeggen en grenzen stellen. Maar het kan ook gaan om contact maken of om uiting geven aan je mening, wensen en verlangens. Assertiviteit betekent dus niet alleen opkomen voor je rechten, maar ook op gepaste wijze uiting geven aan je gevoelens.


Kenmerkend voor subassertief gedrag is dus: de betrokkene doet geen (of nauwelijks) pogingen om iets voor zichzelf te verkrijgen of een persoonlijke mening te geven. De verklaring voor dit gedrag is meestal dat iemand bang bis voor ruzie, onenigheid, gedonder, en denkt geen (of minder) rechten te hebben of uiteindelijk toch aan het kortste eind te zullen trekken. Deze redenen worden regelmatig verstopt achter rationalisaties, dat wil zeggen: zinnig lijkende redeneringen, die bij nadere beschouwing smoesjes zijn.


Voor alle duidelijkheid: je hoeft niet altijd en overal assertief te zijn. Er zijn veel situaties waarin het de moeite waard is, of waarin het maar beter is de wijste te zijn en je mond te houden. Je kunt er terecht voor kiezen om iets te laten lopen en je daar goed bij te voelen. Bovendien hebben we allemaal onze sterke en onze zwakke momenten. Maar het is belangrijk dat je ruimte kunt innemen, als je dat echt graag wilt. Als je van jezelf vindt dat je wel heel vaak slecht uit de verf komt. heb je waarschijnlijk last van subassertiviteit.



Subassertiviteit en assertiviteit


Wat is nu het verschil tussen subassertiviteit en assertiviteit? Zoals gezegd, iemand die subassertief is, laat zich te gemakkelijk wegdrukken, offert zich te vaak op en doet als of hij of zij geen enkele behoefte heeft.We zeiden: een subassertief iemand neemt nauwelijks ruimte in. Mensen die subassertief zijn verontschuldigen zich ook nogal eens nodeloos. Het woord 'sorry'ligt sommigen in de mond bestorven.


Iemand die assertief is, handelt zelfbewust, vanuit het besef dat ieder mens eigen rechten en behoeftes heeft.Hij of zij komt op een duidelijke en waardige manier voor zichzelf op, laat zich oren, blaast zijn partijtje mee. Iemand die assertief is stelt zo nodig grenzen, heeft een eigen mening en een eigen smaak. Iemand die assertief is, dwingt respect af, bezet een eigen plek.


Een aantal kenmerken van subassertiviteit:

  • Te weinig zeggen wat je denkt of vindt;
  • Je gevoelens binnenhouden;
  • Over je heen laten lopen;
  • Doen alsof je geen behoeftes hebt;
  • Je nodeloos verontschuldigen;
  • Je afhankelijk opstellen;
  • Voor anderen zorgen, maar niet voor jezelf;
  • (te)zacht praten, weinig oogcontact maken;
  • Een weifelende lichaamshouding hebben.

Een aantal kenmerken van assertiviteit:

  • Rustig voor je eigen rechten opkomen;
  • Gedachten en gevoelens openlijk uiten;
  • Onafhankelijk zijn;
  • Jezelf adequaat verdedigen;
  • Blijk geven van belangstelling en verlangens;
  • Rekening houden met anderen;
  • Anderen niet onnodig kwetsen;
  • Duidelijk praten, goed oogcontact maken;
  • Een krachtige lichaamshouding hebben.


* Heeft u vragen over 'Assertiviteit'? Neem vrijblijvend contact op met onze praktijk.



                         Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis, OPS


UITGANGSPUNT


Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis, OPS


Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis (OPS) is een persoonlijkheidsstoornis die zich kenmerkt door geremdheid en het gevoel minderwaardig te zijn. Tevens zijn mensen met OPS meer dan normaal gevoelig voor kritiek of een negatief oordeel.


Mensen met deze aandoening beschouwen zichzelf als sociaal ondergeschikt of onaantrekkelijk. Ze hebben de behoefte aan sociaal contact, maar vermijden dit uit angst om afgewezen te worden. De stoornis openbaart zich doorgaans in de vroege volwassenheid.

Naar men aanneemt is de oorzaak afwijzing door ouders of leeftijdsgenoten (bv. pesten) in de vroege jeugd. Of de aandoening een gevolg is van sterke sociale controle in de jeugd, wordt nog onderzocht.


Uit onderzoek blijkt dat mensen met OPS, net als mensen met een sociale fobie, zeer veel aandacht hebben voor hun eigen reacties in het sociale verkeer. In tegenstelling tot mensen met een sociale fobie letten ze echter ook sterk op de reacties van hun omgeving en heeft de problematiek een meer gegeneraliseerd karakter. De chronische stress waaraan men hierdoor bloot komt te staan is mogelijk de verklaring voor het weifelende taalgebruik en de zwijgzaamheid van OPS-lijders. Men zou zo druk zijn met het wegen en beoordelen van sociale interacties dat het verbaal eraan deelnemen erbij inschiet.


Mensen met een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis worden volledig in beslag genomen door hun eigen tekortkomingen. Ze vormen enkel relaties met anderen als ze ervan overtuigd zijn dat ze niet afgewezen zullen worden. Verlating of afwijzing is voor mensen met OPS vaak dermate pijnlijk dat ze er nog liever voor kiezen om eenzaam te zijn dan dat ze proberen contacten aan te gaan.


Mensen met OPS kunnen de volgende kenmerken vertonen:

  • Overgevoeligheid voor afwijzing/kritiek
  • Zelfopgelegd sociaal isolement
  • Extreme verlegenheid of angst in sociale situaties, al heeft men een sterk verlangen naar hechte relaties
  • Vermijding van lichamelijk contact omdat dit in verband gebracht wordt met onaangename of pijnlijke prikkels
  • Gevoelens van onbekwaamheid
  • Een extreem laag zelfbeeld
  • Zelfhaat
  • Wantrouwig naar anderen toe
  • Emotioneel afstandelijk wat betreft intimiteit
  • Uiterst zelfbewust
  • Zelfkritisch over hun problemen met betrekking tot anderen
  • Problemen in beroepsmatig functioneren
  • Zichzelf beschouwen als eenzaam, al vinden anderen de relatie met de OPS-lijder misschien wel zinvol
  • Gevoelens van minderwaardigheid naar anderen toe
  • Het gebruiken van fantasie als een vorm van escapisme om zo pijnlijke gedachten te stoppen
  • In extreme gevallen soms agorafobie


Er zijn tot nu toe nog geen duidelijke oorzaken vastgesteld. Men vermoedt dat een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis ontstaat door een combinatie van sociale, genetische en psychologische factoren. Er is mogelijk een verband tussen de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis en erfelijke temperamentfactoren. Met name de verschillende angststoornissen die zich tijdens de kindertijd en jeugd openbaren kunnen in verband worden gebracht met een temperament dat gekenmerkt wordt door gedragsmatige geremdheid, verlegenheid, angst en terughoudendheid in nieuwe situaties. Deze erfelijke kenmerken vormen mogelijk een genetische aanleg voor OPS. Emotionele verwaarlozing op jonge leeftijd en afwijzing door leeftijdsgenoten wordt eveneens in verband gebracht met een verhoogd risico op de ontwikkeling voor OPS.



* Heeft u vragen over 'Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis, OPS'? Neem vrijblijvend contact op met onze praktijk.


0